12 Oct

Zo maak je je kleine balkon zomerklaar met slimme keuzes

Een klein balkon voelt soms meer als een opslagplek voor de wasrek en lege flessen dan als een plek om te ontspannen. Toch kun je met een paar vierkante meter verrassend veel doen. Het geheim zit niet in veel spullen, maar in de juiste spullen op de juiste plek.

In dit artikel lees je hoe je met slimme meubels, goed gekozen planten en een paar sfeermakers je balkon klaarmaakt voor lange zomeravonden. Zonder dat het vol of rommelig aanvoelt.

Begin met opruimen en meten

Voordat je iets nieuws koopt, haal je alles van je balkon af wat er niet hoort. Oude potten, kapotte stoelen en spullen die je eigenlijk in de berging wilt hebben: weg ermee. Maak daarna het balkon goed schoon, inclusief de vloer, de reling en de ramen die erop uitkijken.

Pak vervolgens een meetlint. Noteer de breedte en diepte, maar let ook op hoe de deur opendraait en waar je ruimte nodig hebt om te lopen. Zo voorkom je dat je een tafel koopt waar je straks steeds omheen moet schuifelen.

Kies meubels die meebewegen

Op een klein balkon werkt meubilair dat je kunt inklappen, opstapelen of aan de reling kunt hangen het best. Een klaptafeltje dat aan de balustrade bevestigd wordt, neemt bijna geen vloerruimte in en is ideaal voor een ontbijtje of een glas wijn. Inklapbare stoelen kun je na gebruik tegen de muur zetten.

Een kleine bank met opbergruimte onder de zitting is ook een slimme keuze. Daarin bewaar je kussens, een plaid of tuingereedschap, zodat ze droog blijven en niet rondslingeren. Kies bij voorkeur lichte materialen en kleuren: die laten de ruimte groter lijken dan donkere, zware meubels.

Laat planten de hoogte in gaan

Als je vloerruimte beperkt is, gebruik je de muren en de reling. Hangpotten, plantenrekjes en balkonbakken aan de buitenkant van de balustrade geven je een groene omgeving zonder dat je ruimte inlevert. Een smal ladderrek tegen de muur biedt plek aan meerdere potjes boven elkaar.

Let bij het kiezen van planten op de ligging van je balkon. Op het zuiden heb je planten nodig die tegen hitte en volle zon kunnen, zoals lavendel, rozemarijn en vetplanten. Op het noorden doen varens, hosta’s en klimop het beter.

Wie zin heeft in iets extra’s, kan kruiden en kleine groenten kweken. Denk aan:

  • Basilicum en munt in kleine potten
  • Cherrytomaten in een hangende bak
  • Aardbeien in een verticale plantenzak
  • Bieslook en peterselie in een balkonbak

Sfeer maak je met textiel en licht

Accessoires maken het verschil tussen een functioneel balkon en een plek waar je echt wilt zitten. Een buitenkleed geeft direct een huiselijk gevoel en verbergt een saaie of versleten vloer. Kussens in een paar bijpassende kleuren maken je stoelen comfortabeler en brengen kleur.

Voor de avonden zijn lichtsnoeren, lantaarns en solarlampjes een fijne toevoeging. Ze nemen weinig ruimte in en zorgen voor een warme gloed. Wil je inspiratie voor sfeervolle producten of meer lezen over het inrichten van je leefomgeving, dan vind je daar meer over op www.lovelifestylechick.nl, waar lifestyle en bijbehorende producten centraal staan.

Denk aan privacy en schaduw

Op veel balkons kijken de buren of voorbijgangers mee. Een rieten of bamboe scherm aan de reling geeft je meer privacy en houdt ook wat wind tegen. Klimplanten tegen een rekje doen hetzelfde, maar dan op een natuurlijke manier.

Schaduw is minstens zo belangrijk als je balkon in de volle zon ligt. Een kleine parasol met een smalle voet, een schaduwdoek of een uitvalscherm zorgt ervoor dat je ook op warme middagen buiten kunt zitten. Kies bij een parasol voor een model dat je aan de reling kunt klemmen, dan heb je geen zware voet nodig.…


12 Oct

Regenwater opvangen in je tuin: zo pak je het slim aan

Na een flinke bui stroomt het water vaak zo van je dak het riool in, terwijl je een paar weken later met de tuinslang je borders staat te besproeien. Zonde, want regenwater is gratis, kalkarm en voor planten zelfs prettiger dan kraanwater. Met een paar slimme ingrepen houd je dat water in je eigen tuin vast.

In dit artikel lees je hoe een regenton, een wadi en infiltratiekratten werken, wat ze vragen aan ruimte en onderhoud en hoe je bepaalt welke oplossing bij jouw tuin past.

Waarom regenwater opvangen loont

Hevige buien komen steeds vaker voor, en in veel wijken kan het riool die pieken nauwelijks aan. Straten lopen onder en het schone regenwater mengt zich met afvalwater. Door water op je eigen perceel op te vangen, ontlast je het riool en help je de grondwaterstand op peil te houden.

Daarnaast scheelt het in je drinkwaterverbruik. Regenwater is ideaal voor de moestuin, kuipplanten en het gazon. Planten die van zure grond houden, zoals rododendrons en hortensia’s, doen het er zelfs beter op dan op kalkrijk leidingwater. Sommige gemeenten en waterschappen geven bovendien een subsidie als je je regenpijp afkoppelt; informeer daar dus even naar voordat je begint.

De regenton: eenvoudig beginnen

Een regenton is de makkelijkste manier om te starten. Je plaatst hem naast een regenpijp en zaagt die pijp door om er een vulautomaat of regenpijpfilter in te zetten. Die zorgt dat de ton zich vult en dat het overtollige water gewoon weer via de regenpijp wegloopt zodra de ton vol is. Zo voorkom je een overstromende ton bij je gevel.

Let bij de aanschaf op de inhoud. Een kleine ton van zo’n 200 liter is snel leeg in een droge zomer; heb je een grotere tuin, dan kun je meerdere tonnen aan elkaar koppelen of kiezen voor een platte wandtank. Zet de ton op een stevige, vlakke ondergrond en het liefst op een verhoging, zodat je makkelijk een gieter onder het kraantje kunt zetten. Een deksel houdt bladeren, muggenlarven en spelende kinderen buiten. Vergeet in de herfst niet de ton te legen of af te koppelen, want bevroren water kan het materiaal laten scheuren.

Een wadi voor grotere hoeveelheden

Een wadi is een verlaagd, begroeid deel van je tuin waar regenwater naartoe stroomt en langzaam in de bodem zakt. Je leidt het water van je dak via een goot of buis naar de laagte. Bij een stevige bui staat er even water in, maar binnen een dag of twee is het weggezakt. Zo werkt de wadi als een natuurlijke buffer.

Graaf de wadi minimaal een paar meter van je huis af, zodat er geen vocht richting de fundering trekt. Een diepte van twintig tot dertig centimeter met flauwe randen is meestal genoeg. Beplant de bodem met soorten die zowel natte voeten als droogte verdragen, zoals siergrassen, kattenstaart of moerasspirea. Wil je meer weten over het inrichten en beplanten van verschillende soorten tuinen, dan vind je op tuinenmaster.nl uitgebreide informatie en praktische blogs.

Een wadi werkt alleen goed als de grond water doorlaat. Op zware klei of bij een hoge grondwaterstand zakt het water traag weg. Doe daarom eerst een simpele test: graaf een gat, vul het met water en kijk hoe snel het verdwijnt.

Infiltratiekratten onder de grond

Heb je weinig ruimte of wil je je tuin niet anders inrichten, dan zijn infiltratiekratten een goede optie. Dit zijn holle kunststof kratten die je ingraaft en omwikkelt met worteldoek. Het regenwater van je dak loopt via een buis de kratten in en sijpelt vanuit daar geleidelijk de bodem in. Boven de kratten kun je gewoon gras, tegels of een border aanleggen.

Bereken vooraf hoeveel water je dak opvangt. Een veelgebruikte vuistregel is dat je per vierkante meter dakoppervlak zo’n twintig tot dertig liter buffer nodig hebt. Plaats een zandvang of bladvanger vóór de kratten, zodat ze niet dichtslibben, en houd voldoende afstand tot bomen, waarvan de wortels het systeem kunnen beschadigen.

Welke oplossing past bij jouw tuin?

De beste keuze hangt af van de ruimte, je grondsoort en wat je met het water wilt doen. Een paar vuistregels helpen je op weg:

  • Wil je vooral gieten, kies dan voor een of meer regentonnen.
  • Heb je ruimte en een doorlatende bodem, dan is een wadi een mooie, natuurlijke oplossing.
  • Is je tuin klein of wil je niets zien, kies dan voor infiltratiekratten.
  • Combineren kan ook: een ton voor de gieter en kratten voor de overloop.

Slim aan de slag

Je hoeft niet alles tegelijk aan te pakken. Begin met één regenton aan de regenpijp die het meeste dakoppervlak afvoert en kijk hoe snel hij volloopt. Merk je dat er veel water overblijft, dan is dat een teken dat een wadi of infiltratiesysteem de moeite waard is. Met elke liter die je in je eigen tuin houdt, help je je planten, je portemonnee en de wijk om je heen.…