12 Oct

Regenwater opvangen in je tuin: zo pak je het slim aan

Spread the love

Na een flinke bui stroomt het water vaak zo van je dak het riool in, terwijl je een paar weken later met de tuinslang je borders staat te besproeien. Zonde, want regenwater is gratis, kalkarm en voor planten zelfs prettiger dan kraanwater. Met een paar slimme ingrepen houd je dat water in je eigen tuin vast.

In dit artikel lees je hoe een regenton, een wadi en infiltratiekratten werken, wat ze vragen aan ruimte en onderhoud en hoe je bepaalt welke oplossing bij jouw tuin past.

Waarom regenwater opvangen loont

Hevige buien komen steeds vaker voor, en in veel wijken kan het riool die pieken nauwelijks aan. Straten lopen onder en het schone regenwater mengt zich met afvalwater. Door water op je eigen perceel op te vangen, ontlast je het riool en help je de grondwaterstand op peil te houden.

Daarnaast scheelt het in je drinkwaterverbruik. Regenwater is ideaal voor de moestuin, kuipplanten en het gazon. Planten die van zure grond houden, zoals rododendrons en hortensia’s, doen het er zelfs beter op dan op kalkrijk leidingwater. Sommige gemeenten en waterschappen geven bovendien een subsidie als je je regenpijp afkoppelt; informeer daar dus even naar voordat je begint.

De regenton: eenvoudig beginnen

Een regenton is de makkelijkste manier om te starten. Je plaatst hem naast een regenpijp en zaagt die pijp door om er een vulautomaat of regenpijpfilter in te zetten. Die zorgt dat de ton zich vult en dat het overtollige water gewoon weer via de regenpijp wegloopt zodra de ton vol is. Zo voorkom je een overstromende ton bij je gevel.

Let bij de aanschaf op de inhoud. Een kleine ton van zo’n 200 liter is snel leeg in een droge zomer; heb je een grotere tuin, dan kun je meerdere tonnen aan elkaar koppelen of kiezen voor een platte wandtank. Zet de ton op een stevige, vlakke ondergrond en het liefst op een verhoging, zodat je makkelijk een gieter onder het kraantje kunt zetten. Een deksel houdt bladeren, muggenlarven en spelende kinderen buiten. Vergeet in de herfst niet de ton te legen of af te koppelen, want bevroren water kan het materiaal laten scheuren.

Een wadi voor grotere hoeveelheden

Een wadi is een verlaagd, begroeid deel van je tuin waar regenwater naartoe stroomt en langzaam in de bodem zakt. Je leidt het water van je dak via een goot of buis naar de laagte. Bij een stevige bui staat er even water in, maar binnen een dag of twee is het weggezakt. Zo werkt de wadi als een natuurlijke buffer.

Graaf de wadi minimaal een paar meter van je huis af, zodat er geen vocht richting de fundering trekt. Een diepte van twintig tot dertig centimeter met flauwe randen is meestal genoeg. Beplant de bodem met soorten die zowel natte voeten als droogte verdragen, zoals siergrassen, kattenstaart of moerasspirea. Wil je meer weten over het inrichten en beplanten van verschillende soorten tuinen, dan vind je op tuinenmaster.nl uitgebreide informatie en praktische blogs.

Een wadi werkt alleen goed als de grond water doorlaat. Op zware klei of bij een hoge grondwaterstand zakt het water traag weg. Doe daarom eerst een simpele test: graaf een gat, vul het met water en kijk hoe snel het verdwijnt.

Infiltratiekratten onder de grond

Heb je weinig ruimte of wil je je tuin niet anders inrichten, dan zijn infiltratiekratten een goede optie. Dit zijn holle kunststof kratten die je ingraaft en omwikkelt met worteldoek. Het regenwater van je dak loopt via een buis de kratten in en sijpelt vanuit daar geleidelijk de bodem in. Boven de kratten kun je gewoon gras, tegels of een border aanleggen.

Bereken vooraf hoeveel water je dak opvangt. Een veelgebruikte vuistregel is dat je per vierkante meter dakoppervlak zo’n twintig tot dertig liter buffer nodig hebt. Plaats een zandvang of bladvanger vóór de kratten, zodat ze niet dichtslibben, en houd voldoende afstand tot bomen, waarvan de wortels het systeem kunnen beschadigen.

Welke oplossing past bij jouw tuin?

De beste keuze hangt af van de ruimte, je grondsoort en wat je met het water wilt doen. Een paar vuistregels helpen je op weg:

  • Wil je vooral gieten, kies dan voor een of meer regentonnen.
  • Heb je ruimte en een doorlatende bodem, dan is een wadi een mooie, natuurlijke oplossing.
  • Is je tuin klein of wil je niets zien, kies dan voor infiltratiekratten.
  • Combineren kan ook: een ton voor de gieter en kratten voor de overloop.

Slim aan de slag

Je hoeft niet alles tegelijk aan te pakken. Begin met één regenton aan de regenpijp die het meeste dakoppervlak afvoert en kijk hoe snel hij volloopt. Merk je dat er veel water overblijft, dan is dat een teken dat een wadi of infiltratiesysteem de moeite waard is. Met elke liter die je in je eigen tuin houdt, help je je planten, je portemonnee en de wijk om je heen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *